De hond die van school gestuurd werd

Duco was een stoere Rottweiler-reu van goed twee jaar oud.
Nog nooit eerder was hij op de
hondenschool geweest. In de eerste plaats kwam dit doordat zijn baasje nooit
tijd had op de tijdstippen dat er les gegeven werd en in mindere mate ook
doordat hij tot voor kort altijd heel braaf geweest was.
Ook nu nog was Duco een zeer
sociale hond. Bezoekers werden door hem altijd even enthousiast begroet. Jong en
oud, man of vrouw, hij vond iedereen even leuk en aardig.
De laatste tijd echter was het
een beetje fout beginnen te gaan wanneer Duco zich bevond in gezelschap van
vreemde honden, en dan vooral reuen.
Allemaal zag hij ze als een
bedreiging voor zijn genen. Goede genen, dat stond vast. Duco blaakte van
gezondheid en hij mocht bovendien gezien worden. Op hondenshows had hij al
enkele prijzen in de wacht gesleept. Ook zijn sociale karakter was genetisch
bepaald; dat had hij hoofdzakelijk te danken aan zijn papa.
Het was dus niet voor niets dat
Duco trots was op zijn genen, maar de laatste tijd overdreef hij toch wel een
beetje. Er was geen enkele kans dat hij alle teven uit zijn omgeving zou mogen
dekken, zelfs niet alle teven waarmee hij samenleefde.
Er moest dringend iets gebeuren,
want als het zo doorging, zou Duco op geen enkele tentoonstelling meer kunnen
verschijnen en dat was nu juist wat zijn baasje wel graag wilde.
Duco moest dus naar school, om
heropgevoed te worden. Voor een hond als Duco was het natuurlijk heel belangrijk
dat een goede hondenschool gevonden werd. Links en rechts werd informatie
ingewonnen. Ook de buurman werd geraadpleegd. Hij bezocht immers met zijn twee
Bordeauxdoggen een hondenschool in de buurt en was daarover zeer enthousiast.
Hij beval “zijn” school van harte aan bij de baasjes van Duco.
Op donderdagavond, lesavond,
togen Duco en zijn baasje naar het oefenterrein en bespraken het probleem met
een van de instructeurs. Die eerste keer kregen Duco en zijn baasje “privéles”
en dat ging uitstekend. “Nog een paar lessen apart,” zo besloot de instructeur,
“en dan kan hij mee in de groep.”
Duco’s baasje was helemaal in de
wolken. Het zou weer goed gaan komen met haar ventje.
De volgende week, op
dinsdagavond was er weer les en welgemoed trok baasje met Duco naar de
hondenschool. Een andere instructeur, tevens voorzitter van de club, zwaaide
daar nu de scepter en hij besliste dat Duco maar gewoon moest meedoen in de
A-klas. Zo gebeurde.
Tien minuten duurde het. De
eerste oefening was volgen in slalom, waarbij enkele honden rakelings langs Duco
moesten passeren. Duco, net als zijn baasje toch al gespannen, vond het helemaal
niets. Hij rukte aan zijn lijn, blafte luid en liet af en toe zelfs zijn tanden
zien. Hopeloos!
De instructeur stapte op Duco’s
baasje af en stuurde haar en de hond van het plein af, met de mededeling: “Ga
maar naar huis, want met die hond is niets aan te vangen.”
Wat een afgang! Wat een
teleurstelling ook.
Overleg. In de kantine, zonder
Duco, wachtten zijn baasjes op de instructeur voor meer uitleg. Die kregen ze,
na enig aandringen weliswaar. Blijkbaar was men bang voor herhaling van een
incident, dat enige jaren tevoren was voorgevallen. Een Rottweiler-reu was toen
losgebroken en had een klein hondje aangevallen en verwond.
Waar het dus eigenlijk op neer
kwam, was dat deze instructeur van mening was, dat er voor een hond als Duco
geen plaats was op “zijn” hondenschool. En aangezien hij de voorzitter was...
Nu was er op die hondenschool
een instructeur die bekend stond als “beschermengel van de hopeloze hondjes”,
omdat hij zich al meerdere keren met veel liefde en geduld ontfermd had over
moeilijke en ontspoorde honden en dit niet zonder succes.
Als iemand raad wist, dan was
hij dat wel.
Hoewel hij het niet eens was met
de voorzitter, moest ook hij zich bij diens beslissing neerleggen. Hij had
echter wel enkele goede raadgevingen. “Ga eens kijken in Olmen, bij de club van
Luc Daems,” zei hij, “daar kunnen ze je vast wel verder helpen.”
Nog diezelfde avond werd door Duco’s baasjes contact opgenomen met Luc en hij nodigde hen uit om eens met dat gevaarlijke beest naar Olmen te komen, zodat hij eens kon zien hoe het ervoor stond.
Zo gebeurde de volgende avond, op woensdag. Duco maakte kennis met Luc en was, net als zijn baasjes, diep onder de indruk.
Luc zag het allemaal niet zo somber in. Volgens hem was Duco nog prima te corrigeren, maar er moest wel aan gewerkt worden, hard gewerkt. Hij adviseerde om voor Duco gebruik te maken van een zogenaamde Gentle Leader. Dat advies werd opgevolgd. In de daarop volgende weken oefenden Duco en zijn baasje heel hard en na verloop van tijd kon de Gentle Leader steeds vaker achterwege blijven. Wat je noemt een groot succes! Nog groter was de triomf, toen Duco de eerste keer met zijn baasje mee mocht in de kantine.
Nu werd het ook tijd voor promotie. Duco werd bevorderd naar de B-klas.
Niets mee aan te vangen? Voor bange mensen misschien niet. Maar de instructeurs van Hondenschool ’t Kruierke wisten gelukkig wel raad en het is dan ook te verwachten dat Duco binnenkort weer zijn opwachting kan maken op een grote hondententoonstelling. Ook het gehoorzaamheidsbrevet ligt nu zeker in het verschiet. Ja, Duco, de hond die van school gestuurd werd, heeft nog een briljante carričre voor zich.

Henneke
Versteeg
11 maart 2004